12 Banner Patres Musici


Patres Musici

Sweelinck, Buxtehude & Haydn – m.m.v. strijkkwartet Segheria

 

Werken

Jan Pieterszoon Sweelinck
■Te Deum

Joseph Haydn
■Strijkkwartet Op. 20 Nr. 2 in C majeur

Dieterich Buxtehude
■Membra Jesu Nostri

o.l.v. Dennis Broeders

Datum & Locatie

zondag 17 juni 2018

Josephkerk, Utrecht

 
DIGIFLYER Patres Musici
Poster ontworpen door Fons Martens
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 


Dit jaar maakt Ensemble Illustre een reis door de tijd van ‘onze muziek’. Als koor dat uitsluitend muziek tot en met de barok zingt hebben we geen beperkt repertoire, maar juist een enorme diversiteit met muziek uit 6 à 7 eeuwen. In het eerste programma van dit jaar zongen we muziek van trouvères en componisten uit de middeleeuwen en renaissance. Met Patres Musici reizen we verder en maken we de overgang van de renaissance naar de barok.

We beginnen met Jan Pieterszoon Sweelinck, misschien wel de grootste Nederlandse componist. Al tijdens zijn leven was hij beroemd en werd hij de Amsterdamse Orpheus genoemd. Zijn orgelcomposities waren vernieuwend en hebben een enorme bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van dit genre. In zijn werken voor zangers is hij minder progressief en horen we vooral nog de klanken uit de renaissance. Sweelinck zou je kunnen beschouwen als het eindpunt van de Nederlandse renaissance-muziek. Zijn Te Deum (1619) is één van zijn grootste werken voor zangers, gecomponeerd in vijf delen voor vijf stemmen. Hierin horen we Sweelinck’s zorgvuldige compositiewijze, waarbij elke zin een eigen melodie en kleur krijgt. Ik ben erg onder de indruk van hoe divers de verschillende sferen van het stuk zijn, zonder eenheid te verliezen. Het is daardoor heerlijke muziek om te zingen én te beluisteren. Naast zijn kwaliteiten als componist stond Sweelinck ook bekend in West-Europa als een uitstekend pedagoog; veel organisten en componisten uit de vroege barok zijn door hem beïnvloed. Zo ook barokcomponist Dieterich Buxtehude, die via twee leerlingen van Sweelinck met zijn muziek in aanraking kwam. Sweelinck is daarmee de muzikale grootvader van Buxtehude.

Ook Buxtehude was een groot organist; de jonge J.S. Bach liep eens de 400 km van Arnstadt naar Lübeck speciaal om Buxtehude te horen spelen. In ons concert wordt na de pauze Membra Jesu Nostri (1680) van Buxtehude uitgevoerd. Een groots werk bestaande uit zeven cantates geschreven voor de Stille Week. Buxtehude gebruikt delen uit een middeleeuws gedicht van Arnulf von Löwen (ca. 1200-1250) waarin het lichaam van Christus van voeten tot hoofd wordt beschreven. In elke cantate wordt het gedicht van Von Löwen omlijst door teksten uit de Bijbel, waarin over het betreffende lichaamsdeel wordt geschreven. Extra bijzonder is dat zes van de zeven Bijbelteksten uit het Oude Testament (o.a. het Hooglied) afkomstig zijn en dus niet letterlijk gaan over lichaamsdelen van Christus. Deze combinatie van teksten is een geniale vondst van Buxtehude waarin hij een prachtige verbinding legt tussen het Oude en Nieuwe Testament. Het samenbrengen van verschillende, inhoudelijk op elkaar aansluitende teksten heeft in de barok veel navolging gekregen; u kunt bijvoorbeeld denken aan de Matthäus-Passion van J.S. Bach. Membra Jesu Nostri, waarin talrijke instrumentale delen, aria’s en koorstukken worden gecombineerd, is in de Lutherse traditie de eerste compositie van een dergelijke omvang. Door dit werk wordt Buxtehude beschouwd als de vader van de Lutherse oratoria.

Membra Jesu Nostri is geschreven voor strijkers, orgel en koor. De orgelpartij wordt gespeeld door één van onze eigen bassen: Stijn Bruning. De strijkerspartijen worden verzorgd door het Segheria Kwartet. Voor de pauze introduceert het Segheria Kwartet zich met muziek van Joseph Haydn, strijkkwartet opus 20, nummer 2 (1772). De strijkkwartetten van opus 20 zijn in twee opzichten bijzonder. Ten eerste grijpt Haydn terug op barokke compositietechnieken die door de overgang naar de klassieke tijd jarenlang uit de mode waren. Een voorbeeld hiervan is de fuga-techniek, een wijze van meerstemmig componeren waarin de ene stem vlucht voor de andere. U hoort deze techniek in het laatste deel van Membra Jesu Nostri (Amen) en in het laatste deel van het strijkkwartet (Fuga a 4 Soggetti). Ten tweede zet Haydn met deze strijkkwartetten een belangrijke stap voorwaarts. De altviool en cello zijn niet meer ondergeschikt aan de twee vioolpartijen, maar er ontstaat een conversatie tussen vier gelijkwaardige stemmen. Haydn laat dit direct aan de start van het strijkkwartet horen door de cello de eerste melodie te geven, ongekend in zijn tijd. Met zijn 68 strijkkwartetten creëerde Haydn een omvangrijke basis die dit kamermuziekgenre op de muzikale kaart heeft gezet. Met dank aan onder andere het strijkkwartet dat u vandaag zult horen, kreeg Haydn de titel ‘Vader van het strijkkwartet’.

Dennis Broeders – dirigent